Innovatie in de molenbouw

A.J. Dekker uit Hazerswoude bracht rond 1927 voor het eerst gestroomlijnde wieken aan op de poldermolen van Waardenburg. Dit was nog een zeer vereenvoudigd systeem van de latere Dekkerwiek. Tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw is Dekker zijn systeem blijven verbeteren.

Systeem Van Bussel

De “verdekkering” van A.J. Dekker had enkele nadelen. Bijvoorbeeld door de vorm van het profiel gingen de zeilen snel klapperen en was het hekwerk vervangen en de roeden teren moeilijk omdat dit in de stroomlijn ingesloten zat. Een en ander was voor Chris van Bussel uit Weert reden om een eigen systeem uit te dokteren. Van Bussel ging in 1933 experimenteren met zijn eigen systeem op molen De Hoop te Elen. Van Bussel maakte gebruik van smallere stroom­lijnplaten en de neus werd ronder gemaakt, zodat de aerodynamische eigen­schappen beter waren. In 1935 kreeg de molen Zeldenrust in Budel Busselneuzen. Vanaf die tijd paste Van Bussel zijn eigen systeem toe als een molen gerestaureerd of herbouwd werd onder zijn advies.
Aangezien de Van Busselneus, net zoals het Dekkersysteem, bij windvlagen nogal snel gaat “hollen”, dat wil zeggen dat de omwentelingen snel toenemen. Later plaatste men ook rem­kleppen onderaan in het profiel. Deze kleppen gaan open staan als de molen te snel wil gaan draaien en verstoren dan de stroomlijn waardoor de molen niet meer in snelheid opneemt.

Van Bussel liet de wieken met Van Busselneuzen door de molenmakers Beijk en Adriaens aanbrengen. De neuzen van molenmaker Beijk waren in de regel iets spitser en de zeeg stond in de buurt van heklat 3, 4 en 5 wat vlakker. De Van Busselneuzen van molenmaker Adriaens hadden een iets grotere neusradius. De molens met Van Busselneuzen van molenmaker Beijk lopen wat harder bij dezelfde wind en de zeilen liggen wat vaster in vergelijking met de Van Busselneuzen van molenmaker Adriaens. Hun uitvoering heeft daarentegen wat meer trekkracht en loopt makkelijker aan.

De molen Nooit Gedacht van Merselo heeft bijvoorbeeld de uitvoering van molenmaker Beijk en de molen Sint Victor in Heeze die van molenmaker Adriaens.
In 1935 kreeg de molen Zeldenrust in Budel Busselneuzen. Vanaf die tijd paste Van Bussel zijn eigen systeem toe als een molen gerestaureerd of herbouwd werd onder zijn advies.
Aangezien de Van Busselneus, net zoals het Dekkersysteem, bij windvlagen nogal snel gaat “hollen”, dat wil zeggen dat de omwentelingen snel toenemen. Later plaatste men ook rem­kleppen onderaan in het profiel. Deze kleppen gaan open staan als de molen te snel wil gaan draaien en verstoren dan de stroomlijn waardoor de molen niet meer in snelheid opneemt.

Technische gegevens molen De Hoop

Type
8-kante houten stellingmolen met uit steen gemetselde onderbouw
Stelling
Hoogte 7,50 meter
Functie
Korenmolen
Vlucht
24,90 meter
Binnenroede
24,90 meter, ijzer, gelast
Fabricage
Derckx te Beegden, nr. 372, bouwjaar 1985

Buitenroede
24,90 meter, ijzer, gelast, fabr. Derckx te Beegden, nr. 371, bouwjaar 1985
Wieksysteem
Fokwieken met remkleppen
As
Gietijzer, L.I. van Ent­hoven Schravenhagen, nr. 302,bouwjaar 1861
Vang
Vlaamse blokvang met wipstok
Kruiwerk
Engels
Maalwerk
4 koppels maalstenen

Van Bussel liet de wieken met Van Busselneuzen door de molenmakers Beijk en Adriaens aanbrengen. De neuzen van molenmaker Beijk waren in de regel iets spitser en de zeeg stond in de buurt van heklat 3, 4 en 5 wat vlakker. De Van Busselneuzen van molenmaker Adriaens hadden een iets grotere neusradius. De molens met Van Busselneuzen van molenmaker Beijk lopen wat harder bij dezelfde wind en de zeilen liggen wat vaster in vergelijking met de Van Busselneuzen van molenmaker Adriaens. Hun uitvoering heeft daarentegen wat meer trekkracht en loopt makkelijker aan.

De molen Nooit Gedacht van Merselo heeft bijvoorbeeld de uitvoering van molenmaker Beijk en de molen Sint Victor in Heeze die van molenmaker Adriaens.